Binnen het Maine Coon ras spreekt men over klonen (in Engels: clones) of het klonen percentage. Maar wat wordt hier nu mee bedoeld? Wanneer er wordt gesproken over de klonen, dan hebben we het over de 17 nakomelingen van Tanstaafl Polly Adeline of Heidi Ho (Polly) en Heidi Ho Sonkey Bill (Sonkey). De reden dat ze de naam "klonen" hebben gekregen komt omdat de kittens er precies hetzelfde uitzagen. Net alsof ze daadwerkelijk kopietjes van elkaar waren. Deze opmerkingen werden ook gemaakt toen de fokker haar eerste nest presenteerde op een show. Hierdoor is het label "de klonen" blijven hangen. Beide ouders kregen kampioen titels op hun naam en ook hun eerste opgroeiende kittens deden het erg goed op show. Hierdoor waren de klonen begin jaren 80 erg gewild. Dat de kittens zo op elkaar leken was destijds heel wenselijk, want de voorspelbaarheid op toekomstige titels van de kittens maakte ze erg aantrekkelijk voor andere fokkers. Sonkey en Polly hebben dan ook maar liefst 7 nestjes gekregen. Hieruit zijn 17 kittens de fok in gegaan. Hieronder zie je een screenshot uit Pawpeds van alle klonen. Je ziet in de screenshot hieronder dat vele van hen inderdaad mooie showtitels hebben gekregen (eerste kolom).

Offspring of Sonky and Polly - The Clones

​​

De 17 klonen hebben zelf ook weer nageslacht gekregen; in totaal 226 kittens en 1.459 kleinkinderen. Niet al deze (klein)kinderen zijn de fok in gegaan, maar wel heel veel. Je snapt dat met deze enorm hoge fokproductie icm hun populariteit het gevolg is dat de klonen een grote impact hebben op de Maine Coon van vandaag, zo'n 40 jaar later.

In de stamboom van de hedendaagse Maine Coon is nog steeds zeer veel van deze 17 klonen terug te vinden. Gemiddeld heeft een Maine Coon een klonen percentage van 35%. Dit houdt in dat 35% van de stamboom van de betreffende kat, bestaat uit de klonen broers en zussen van 40 jaar geleden. Soms zijn de klonen meer dan 70x terug te vinden in de stamboom.

 

 

Sonkey - de vader van de klonen

 
Als eerste kijken we even naar de vader van de klonen, Heidi Ho Sonkey Bill (Sonkey). Sonkey is een F3 kater (3e generatie foundation). Zijn stamboom bestaat voor 100% uit de Top 2 meest voorkomende foundation katten, Andy en Bridget. Sonkey en zijn klonen kinderen hebben gezorgd voor de Top 2 plekken van Andy en Bridget als de twee meest voorkomende foundation katten in het Maine Coon ras.

Twee kinderen van Andy en Bridget zijn met elkaar verpaard (Henri Sayward en Heather, broer en zus). Een dochter daarvan, Henrietta, is opnieuw met haar vader verpaard (Henri Sayward). Hieruit is Sonkey geboren. Sonkey zijn vader is tevens zijn opa en Sonkey zijn oma is tevens zijn tante. Andy en Bridget zijn zowel zijn opa en oma aan vaders kant, als 2x zijn overgrootvader en overgrootmoeder aan moeders kant. Sonkey heeft hierdoor een extreem hoge inteeltcoefficient van 37,5%.

Sonkey heeft 42 nakomelingen gekregen (waaronder de 17 klonen). Sonkey is opa geworden van 404 kleinkinderen, waarvan 225 kleinkinderen van de klonen afkomstig zijn. De overige 179 kleinkinderen van Sonkey zijn van andere partners en hebben dan uiteraard een klonen percentage van 0%.

In zijn stamboom hieronder zie je de dubbele voorouders in dezelfde kleur. Dit is een stamboom waar de meeste fokkers van gruwelen en te allen tijden zullen vermijden. Toch zit Sonkey en zijn klonen kinderen in vrijwel alle stambomen van de Maine Coon van vandaag. Moet je je voorstellen dat een kat met 35% in klonen, de stamboom voor 17,5% uit vader Sonkey bestaat. Wetende dat Sonkey het resultaat is van een vader - dochter verparing, waarbij de dochter weer het resultaat is van een broer - zus verparing....geeft dat toch te denken.

Polly - de moeder van de klonen

Polly's (Tanstaafl Polly Adeline of Heidi Ho) stamboom bestaat uit minder inteelt verparingen dan die van haar partner Sonkey. Haar totale inteelt coefficient is 7,81%. Haar moeders lijn bestaat voor de helft uit Andy en Bridget, waardoor die een nog grotere plek innemen in de Top 2 meest voorkomende foundation katten.

Maar in Polly's stamboom zitten ook drie andere foundation katten, die naast Andy en Bridget de top 5 meest voorkomende foundation katten vormen. De stamboom van Polly bestaat voor 31,2% uit Dauphin de France of Tati-Tan. Dauphin staat dan ook dankzij de klonen op nr. 3 van meest voorkomende foundation Maine Coon. Dan volgt Tatiana en Smokey Joe op plek nr 4 en 5.

De 17 klonen

 

De klonen vandaag de dag

Omdat de klonen ongeveer 40 jaar geleden zijn geboren is het niet iets waar elke fokker van vandaag rekening mee houdt. De klonen zitten vaak meer dan 10 generaties terug en zijn niet meer zichtbaar op de stamboom. Veel fokkers zijn zich dan ook niet bewust van hun impact vandaag de dag. De vrijwilligers van Pawpeds hebben daarom de mogelijkheid bedacht en ontwikkeld om het klonen percentage uit te rekenen voor elke Maine Coon. Zo zie je precies hoeveel procent van de voorouders van jouw kat bestaat uit de klonen. Om dit percentage te zien klik je bovenaan de stamboom in Pawpeds op het linkje "klonen".

De ontwikkeling van de klonen

De Zweedse fokker Malin Sundqvist heeft onderzoek gedaan in

de Pawpeds database naar de ontwikkeling van de klonen percentages in 5 specifieke jaren. In de grafiek hiernaast zie je het resultaat. Het gemiddelde klonen% in 1980 was 2,9% (logisch aangezien er toen pas een paar klonen waren geboren). Het klonen

percentage groeit naarmate de tijd vordert. In 2018 is het gemiddelde klonen percentage 34% van alle geregistreerde Maine Coons. Opvallend is ook de 3e kolom t.o.v de 4e kolom. De 3e kolom geeft het gemiddelde inteelt percentage weer van alleen de laatste 5 generaties (lijnteelt/inteelt). Heel opvallend is dat ondanks dat in 2018 gemiddeld weinig lijnteelt of inteelt meer is toegepast (er zijn geen tot weinig dubbele voorouders te vinden zijn in de laatste 5 generaties), het totale inteelt percentage (4e kolom) WEL is toegenomen. Hoe kan dit? De verwantschap tussen beide ouders ligt dus blijkbaar verder weg dan de eerste 5 generaties. Er is dan ook een duidelijke relatie te zien tussen de hoogte van het klonen percentage en de hoogte van het totale inteelt percentage. Dit is verklaarbaar doordat een Maine Coon met 34% klonen percentage in ieder geval minimaal voor 34% uit dezelfde voorouders bestaat. Er kan wel iets variatie in zitten. Bijvoorbeeld een Maine Coon die 34% klonen heeft maar die voor 100% bestaan uit de kloon "Heidi Ho Aurora of MtKittery" zal een hogere inteelt hebben dan een Maine Coon met 34% klonen waarbij dit percentage meer verdeeld is over de diverse klonen.

​​Daarnaast heeft een Maine Coon met een hoog klonen percentage automatisch ook een hoog foundation top 5 percentage (de 5 meest voorkomende foundation katten). Er blijft dan nog maar een klein percentage aan voorouders over waar de ongerelateerde genen dan vandaan kunnen komen.

​Sommige mensen denken dat het ras door de top 5 of klonen is ontstaan, maar dat is niet zo. In de jaren 80 waren er natuurlijk nog heel veel andere lijnen te vinden waarmee gefokt werd. Helaas waren de klonen in die periode zo populair dat vele fokkers vroeg of laat een afstammeling van de klonen in zijn of haar eigen fokprogramma toevoegde. Oude lijnen met een laag klonen percentage zijn dan ook vandaag de dag nauwelijks te vinden. De hedendaagse lijnen met een laag klonen percentage zijn voornamelijk de nieuwe lijnen die geintroduceerd zijn door een New Foundation Maine Coon. Door nieuw bloed toe te voegen aan de populatie kan het klonen percentage verlaagd worden.

 

Waarom lage klonen belangrijker is dan laag inteelt of een lage top 5

Je zult misschien begrijpen dat wanneer de huidige populatie een gemiddeld klonen percentage van 35% of hoger heeft, dit een ernstige versmalling van de genenpoel tot gevolg heeft. De noodzaak is dan ook hoog om te fokken met Maine Coons die zo min mogelijk van deze 17 klonen afstammen.

De klonen, top 5 en inteelt percentages zijn aan elkaar verbonden. Naarmate de klonen percentages hoger en hoger worden, raken alle Maine Coons steeds meer verwand aan elkaar. Aangezien de top 5 meest voorkomende voorouders in de stamboom van de klonen zitten, stijgt de top 5 stijgt mee met het alsmaar hoger wordende klonen percentage.

Met een steeds hoger klonen percentage stijgt ook het gemiddelde inteelt percentage van de populatie steeds verder mee door de grotere onderlinge verwantschap. Het zal voor een fokker naar de toekomst toe steeds moeilijker worden om lage inteelt combinaties te maken, omdat er steeds minder onverwante lijnen te vinden zijn. De hierboven getoonde en besproken tabel laat deze trend goed zien.

De lijnen die nog laag in de klonen zit worden vaak te snel en te veel vermengd met lijnen die hoog in de klonen zitten. Dit is vanuit het oogpunt van die ene fokker vaak begrijpelijk. Een fokker wil een persoonlijk fokdoel nastreven en de zwakkere punten van zijn of haar lijn compenseren. Er is nu eenmaal veel meer aanbod in de populatie hoge klonen lijnen om de perfecte kat te vinden als aanvulling voor je fokprogramma. Echter zou de totale populatie juist meer gebaat zijn bij het verparen van lage klonen lijnen met ongerelateerde lage klonen lijnen. Zo wordt de hoeveelheid katten die laag in de klonen zit vergroot. Dit helpt uiteindelijk de totale populatie aan een hogere genetische variatie. Zo is er naar de toekomst toe langer de mogelijkheid om lage inteelt combinaties te kunnen blijven maken en komt er ook meer aanbod beschikbaar om persoonlijke fokdoelen te verwezelijken.

Kortom: lage inteelt is belangrijk voor de korte termijn, maar een laag klonen percentage helpt de genetische diversiteit van het ras hoog te houden op de lange termijn.

Lage klonen - fokprogramma

In Nederland zijn er zeer weinig outcross fokkers te vinden (welke fokken met een klonen percentage onder de 20%). Van de honderden (400-500) Maine Coon fokkers in Nederland richt zich naar schatting tussen de 3-5% op outcross. Overigens is Nederland hier geen uitzondering in, want deze trend is wereldwijd zichtbaar.

Ik hoop met dit artikel meer bewustwording te creeëren over de klonen, zodat meer fokkers hier een prioriteit van willen maken in hun fokprogramma. Niet iedereen hoeft met outcross te werken. Dit zal ook niet mogelijk zijn, want er zijn er helaas door deze jarenlange trends te weinig outcross katten beschikbaar. Wel kan elke fokker rekening houden met de klonen in zijn of haar fokprogramma. Al is het maar een paar procent lager bij elke verparing die je doet of elke kat die je koopt, alle kleine beetjes helpen om het gemiddelde klonen percentage naar beneden te brengen en daarmee de genetische diversiteit te verhogen.

​Door: Debbie Sprenger

Meer interessante artikelen over klonen vind je hier:

- De klonen

- The History of the Clones

- Interview met de fokker van de klonen, Beth Hicks (Engels)

- Artikel over de klonen en foundation katten en hun geschiedenis 

Outcross

Wanneer we het over Maine Coons hebben, hoor je vaak de termen klonen, new foundation en outcross voorbij komen. Maar wat is een outcross eigenlijk?


Om een Maine Coon een outcross te noemen, moet het ten minste aan een van de onderstaande criteria voldoen:

  • 50% of minder van de top 5 foundation katten (gemiddeld is 65-70%) of
  • 35% of minder van de top 3 foundation katten (gemiddeld is 50-55%) of
  • 25% of minder van de top 2 foundation katten (gemiddeld 35-40%) of
  • 20% or minder van de klonen (gemiddeld 30-35%)

Outcross is niet hetzelfde als New foundation. Een Maine Coon kan een outcross zijn zonder een New Foundation te zijn.

We noemen New Foundation vaak ook gewoon foundation. Eigenlijk is dit verkeerd omdat het New Foundation is wat we bedoelen. Maar de katten die oorspronkelijk de basis hebben gelegd van het ras zelf zijn degene die de foundation zijn. 

Tegenwoordig, wanneer we nieuw bloed in ons ras brengen, worden deze New foundation genoemd. Het werken met outcross is ongelooflijk belangrijk voor ons ras. Maar helaas zijn er vandaag de dag twee groepen fokkers: degene die met outcross en New foundation werken en ernaar streven om zo laag mogelijke waarden te krijgen. De tweede groep zijn de fokkers die met showlijnen werken en geen enkele aandacht besteden aan deze waarden of niet weten wat het betekent. Oorspronkelijk werd een New foundation toegevoegd om het hoge klonen percentage omlaag te brengen. Dit lijkt door vele fokkers vandaag te zijn vergeten.

Wanneer het mijn eigen fokprogramma betreft, varieer ik veel, dit heb ik altijd gedaan. Ik heb vaak katten die een beetje hoger zaten (niet extreem hoge waarden vanwege de risico's die ze met zich meebrengen), maar iets hoger in combinatie met iets lager. Ik heb vaak de katers die lagere waarden hebben uitgeleend aan anderen, om ze zo te helpen hun waarden van hun poezen te verlagen. Dit alleen bij degenen die oprecht geinteresseerd zijn in het verlagen van de waarden van hun katten, en niet slechts om te kunnen zeggen dat ze een mooie outcross kater hebben geleend.

We zouden hier allemaal samen moeten werken, iedereen zou in meer of mindere mate met outcross moeten werken. Dit betekent niet dat iedereen met New foundation of hele lage klonen zou moeten werken, maar we zouden absoluut samen moeten werken om deze waarden naar beneden te brengen in de komende jaren, zodat geen Maine Coon meer zulke extreem hoge waarden heeft als vandaag de dag. Waar de grens precies ligt is verschrikkelijk moeilijk te zeggen, maar wanneer ze over de 35% klonen vallen, is dat absoluut te hoog. De inteelt depressie ligt op de loer te wachten als een tikkende tijdbom. Niemand kan vertellen of deze vandaag af gaat of over 10 jaar, maar hij zal vroeg of laat af gaan.

 

In de ideale wereld zou geen enkele Maine Coon hoger zijn dan 20-25% in klonen en de normale waarde zou rond de 10% zijn, maar we zijn heel heel ver van dat punt vandaan vandaag de dag.


Door: Malin Sundqvist

Dagdrivarn (www.dagdrivarn.se)

Vertaald door: Debbie Sprenger

 

Ik zal proberen om zo eenvoudig mogelijk uit te leggen wat de klonen zijn en hoe ze ons ras beinvloeden. Om dit zo goed mogelijk te begrijpen, raad ik aan om eerst het artikel "Foundation" te lezen.

In 1978, een kat genaamd Heidi Ho Sonkey Bill was geboren. Hij was zowel de zoon als de dubbele kleinzoon van Andy en Bridget Katt of Heidi Ho. Zijn vader was de zoon van deze twee katten en de ouders van zijn moeder waren ook nakomelingen van deze twee katten. Het inteelt percentage van Sonkey in 4 generaties is dan ook 37,5%. Hieronder zie je zijn stamboom met kleurmarkeringen voor de voorouders die dubbel voorkomen.

Toen Sonkey was verpaard met Tanstaafl Polly Adeline, bleken hun kittens ongelooflijk veel op elkaar te lijken. Ze leken zoveel op elkaar, bijna alsof ze gekloond waren.
Als je daar twee keer over nadenkt dan is dat ook niet zo raar. Hun genen moesten vanwege de hoge inteelt grotendeels gelijk zijn. Maar hoe hebben ze de bijname "klonen" gekregen? Hieronder legt Beth Hicks (cattery Tanstaafl) het in haar eigen woorden uit:

De term "klonen" werd gegeven aan de katten uit het nest geboren in april 1982. Er was een grote TICA show in New York. Lynne en ik waren daar samen met Bunty Washburn, Carol Pedley, Mary Buckmaster en veel andere Maine Coon fokkers. Zowel Molly Brown (een brown tabby) en Mary's Heidi Ho Lady Arwin (een silver mack tabby) werden Supreme Grand Champions tijdens deze show. We waren allemaal samen in een hotelkamer die avond toen we Connie belden om het nieuws te vertellen. Terwijl we Connie aan de telefoon hadden, zei iemand: "Zeg tegen Connie dat we weten dat ze haar katten gewoon kloont en in andere kleuren verft!" 

Hier is de link naar het interview met Beth Hicks.

Dus wanneer we vandaag de dag praten over de klonen, dan hebben we het over de zonen en dochters van Sonkey and Polly. HIeronder zie je hun stamboom:

De klonen werden zoveel gebruikt in fokprogramma's, doordat hun nakomelingen een goede showkwaliteit hadden en een goede omvang.

Veel fokker besloten dat een klein beetje goed was maar veel was nog veel beter!etter!

Ook al hebben de klonen zelf niet een heel hoog inteelt percentage (9.4%), er werd heel veel aan lijnteelt gedaan met de klonen zelf en hun nakomelingen.

Vandaag de dag hebben veel Maine Coons 35% aan klonen in hun stamboom, soms zelfs tot 50% aan klonen. Wanneer je de stambomen van de Maine Coons van vandaag gaat analyseren, zul je ontdekken dat dit het "speciale" koppel is welke zo veel voorkomt in de stambomen. Als je start met zoeken zul je ook ontdekken dat een Maine Coon die geen "Nieuw Foundation" bevat maar wel een klonen percentage heeft van 20-25% of lager, praktisch onmogelijk is om te vinden, zelfs over de hele wereld. Dit is angstaanjagend denk ik. Ongeveer 10-15 jaar geleden kon je nog steeds exemplaren vinden van zeldzame lijnen die bijna geen klonen bevatten.

De klonen zijn:

* Heidi Ho Annabel Lee of Tycoon
* Heidi Ho Aurora of MtKittery
* Heidi Ho Barnaby Katt
* Heidi Ho Camille of Calicoon
* Heidi Ho Canth of Tanstaafl
* Heidi Ho Coon Victoria
* Heidi Ho Just Plain Bill Katt
* Heidi Ho Justin Morgan Katt
* Heidi Ho Lady Arwen of Mary B
* Heidi Ho Lovey Mero of Meunerie
* Heidi Ho Molly Brown of Tanstaafl
* Heidi Ho Percival of Meunerie
* Heidi Ho Portius of Olde Farm
* Heidi Ho Rachel Adeline
* Heidi Ho Richard III of Charmalot
* Heidi Ho Sasquatch of Ktaadn
* Heidi Ho Wilyum of Ktaadn

Meer detail informatie over deze katten kun je vinden in de Pawpeds Maine Coon database.

Er zijn ook andere nakomelingen van andere verparingen van de top 5 Maine Coons.

Goed, nu zullen we eens nadenken in percentages.

Stel je je voor dat de stamboom van je kat bestaat uit 100 katten = 100%.
Laten we zeggen dat je kat 50% klonen heeft in de stamboom. Dit zijn dan 50 katten van de 100. Dit betekent dat de helft van alle katten in de stamboom van je kat afkomstig zijn van dezelfde broers en zussen! 

Als in plaats daarvan je kat een klonen percentage heeft van 25%, dan betekent dit dat 25 van de 100 katten klonen zijn. Dan bestaat in dit geval! een kwart van de stamboom van je kat uit deze 17 broers en zussen!
Als een percentage moet worden genoemd als een goede klonen waarde, dan moet dit ergens rond de 10% in klonen zijn. Dat is een percentage waar zelfs de ervaren  outcrossfokkers niet in slagen om te hebben bij meer dan een paar katten vanwege het ontbreken van Nieuw Foundation en katten die een erg laag klonen percentage hebben.

Ik hoor heel vaak "Oh mijn god! Dat was meer dan 30 jaar geleden! Dat heeft toch geen effect op onze katten van vandaag?"

Het heeft helaas wel effect op de katten van vandaag. Het maakt niet uit hoe hard we proberen onze koppen in het zand te steken, we kunnen niet ontkennen dat het een grote genetische bottleneck is waar we mee moeten dealen met onze Maine Coons. We kunnen er niet omheen en we moeten samenwerken voor ons ras om het gemiddelde klonen percentage omlaag te krijgen. Niet iedereen hoeft te werken met Nieuw Foundation, maar iedereen kan de klonen waarde in de gaten houden en deze langzaam stukje voor stukje omlaag brengen.

Ik maak vaak de vergelijking met een klomp deeg (het deeg staat gelijk aan de hele Maine Coon populatie). We hebben een klein beetje zout (de klonen) aan het deeg toegevoegd om het een beetje meer smaak te geven. Een klein beetje zout maakt het geheel een stuk lekkerder, dus besloten we om steeds meer zout toe te voegen. Aan het eind, wordt het deeg ontzettend zout, zo zout dat het deeg voor 30-35% uit zout bestaat. Het maakt niet uit hoe we het deeg kneden, of hoeveel stukken we splitsen en weer samenvoegen, het deeg blijft altijd te zout. Zelfs 30 jaar later. Om het deeg minder zout te maken moeten we nieuw deeg toevoegen wat geen zout bevat. Voor het Maine Coon ras doen we dit door New Foundation toe te voegen, of katten die ongerelateerd zijn aan de klonen.

Door: Malin Sundqvist
Dagdrivarn (www.dagdrivarn.se)

Vertaald door: Debbie Sprenger

Het uitleggen van het concept "Foundation" is niet altijd even gemakkelijk, maar ik zal proberen om het zo eenvoudig mogelijk uit te leggen.

Om uit te leggen hoe het fokken van een ras ontstaat, maken we een parallel met een fictief ras als voorbeeld.

Laten we zeggen dat er een wilde cat bestaat in ons land die op een speciale manier te onderscheiden is, in ons fictieve geval door het zebrapatroon. Als we willen starten met het fokken van dit ras, dan moeten we er op uit gaan om deze specifieke wilde katten te vinden die het uiterlijk hebben van wat we in gedachten hebben voor dit nieuwe ras. We hebben besloten om dit nieuwe ras Zebris te noemen. We gaan naar dorpjes en zoeken naar hele mooie exemplaren waarvan we hebben besloten dat deze goed passen binnen onze "standaard" qua type en zebrapatroon. We registreren deze katten als Zebris. Deze eerste katten van het ras Zebris zijn nu de eerste katten van het ras, dit noemen we Foundation.

50 jaar later realiseren we ons dat we onze populatie fokdieren moeten verbreden. We moeten dan terug op zoek naar nieuwe exemplaren die in het wild leven, welke passen binnen de standaard en die we kunnen registeren als "Nieuw Foundation" binnen het ras. We hebben misschien het geluk dat er nog een ras is bijvoorbeeld Zabris die die erg lijkt op onze Zebris, zodat we hier een exemplaar van kunnen verparen met een Zebris en deze op die manier toevoegen als "Nieuw Foundation" binnen ons ras.

Wanneer we het hebben over Maine Coons, gaat de top 2, 3 en 5 over onze 2, 3 en 5 meest voorkomende originele foundation katten. Een originele foundation kat wil zeggen de eerste katten die geregistreerd zijn als zijnde een Maine Coon. De lijst van Foundation katten vind je hier!

De Maine Coons die tot de top 5 behoren zijn:

* Andy Katt of Heidi Ho
* Bridget Katt of Heidi Ho
* Dauphin de France of Tati-Tan
* Tatiana of Tati-Tan
* Whittemore Smokie Joe (of Smokie Joe of Whittemore) 

De top 3 zijn de aanwezigheid van de 3 meest voorkomende katten binnen de Top 5. Dit zijn: Andy Katt of Heidi Ho, Bridget Katt of Heidi Ho en Dauphin de France of Tati-Tan.

Logischerwijs is de top 2 de aanwezigheid van de twee meest voorkomende katten in de stamboom: Andy Katt en Bridget Katt of Heidi Ho 

Let op dat er een verschil kan zitten tussen outcross en New Foundation. 

Als je geinteresseerd bent in meer informatie over dit onderwerp, dan kun je in dit artikel meer lezen.

Auteur: Malin Sundqvist
Vertaald door: Debbie Sprenger

De kunst van het fokken van foundation Maine Coons

 Door Phyllis Stiebens, Kumskaka/Behold cattery

(herpubliceerd met toestemming van Phyllis Stiebens)

Vraag: Wat is een foundation kat?

Aan het begin van de Maine Coon, in het bovenste noordoosten van de VS, waren er ruige, gedrongen lieve katten (zwerfdieren) waar de mensen van gingen houden en als familieleden hielden. Ze noemden ze "shags", "maine katten" en later "Maine Coon katten". De meeste begonnen met bruine tabbies, maar veel kleuren werden bewaard als geliefde familieleden. Deze katten die werden gehouden en vervolgens geregistreerd als het begin van ons Maine Coon showras, werden foundation genoemd. Het waren onze beginnende katten, niet verwant en puur Amerikaans. De stamboeken zijn nog steeds open en dus kunnen katten nog steeds worden toegevoegd als  foundation, waardoor we zo onze genetica gezonder houden.

Vraag: Waar worden deze katten gevonden?

Hoewel dit ras voor het eerst begon in het gebied van Maine en het bovenste deel van Nebraska (NE), doordat in de havens schepen werden aangelegd, groeide de populatie uit naar andere noordelijke staten, daarna mid-staten en nu bevind het ras zich op het landelijke deel van de VS en Canada. Amerika is een land waar mensen hun dieren met hun meenemen en tot voor kort hun dieren niet kastreerden. Hierdoor hielden ze vele generaties nakomelingen als onderdeel van het gezin. Deze katten hebben sindsdien de start van de Maine Coon door vele kruisingen een beetje verdund, omdat onbeperkt fokken met de "lokale buurtkatten" overal in de VS wordt gevonden (inclusief Maine en NE). Het kan meer tijd kosten om de ongewenste eigenschappen die uit deze lokale fokkerij kunnen voortkomen, er weer uit te fokken, maar een ervaren fokker van Maine Coons kan nauwlettend in de gaten houden welke eigenschappen behouden moeten worden en welke niet.

Vraag: Wat is het doel van het toevoegen van nieuwe dieren aan het Maine Coon ras?

Elk dier, wild of gedomesticeerd, moet worden gehouden met een gezonde hoeveelheid niet-verwante dieren (genetica) om het ras gezond te houden en te kunnen overleven in de wereld van vandaag. Wanneer een ras teveel is ingeteeld, beginnen er problemen te ontstaan. Bij de Maine Coon wilden vele jaren lang te veel fokkers de showwinnaars hebben en fokten steeds opnieuw met dezelfde lijnen, totdat er ernstige problemen begonnen te ontstaan. Problemen zoals vruchtbaarheidsproblemen, lagere immuniteit tegen ziekten, onvriendelijkheid en soms wilde persoonlijkheidskenmerken evenals verlegen of schichtig gedrag. Later waren er ook problemen met katten die geen kittens konden krijgen, bevallingsproblemen hadden of niet in staat waren kittens te verzorgen. Al deze problemen vormen het begin van problemen en zullen uiteindelijk het einde van het ras zijn. Bij de Maine Coon noemen we deze meest gebruikte katten binnen de populatie: de top 5 en klonen. Een percentage hiervan wordt aangegeven voor op de stamboom in Pawpeds. Hoe lager het aantal, hoe lager de inteelt zal zijn. De meeste showlines zijn nu tot 75% top 5 en dit is niet langer in verhouding tot de niet-gerelateerde lijnen. Problemen zullen zeker verschijnen! Er zijn New Foundation exemplaren nodig.

Vraag: Waar kijk je naar bij het vinden van een geschikte kat om toe te voegen als New Foundation?

Een beginner mag dit nooit proberen! Men moet het Maine Coon ras kennen, zijn eigenschappen in uiterlijk, grootte, vacht, persoonlijkheid en alle kleine eigenaardigheden die dit een speciaal ras maken. Slechts een fokker met vele jaren ervaring zal dit kunnen doen. Zelfs een fokker die dit ras goed kent, kan een kitten vinden die ze 'geschikt' vindt, alleen om het kitten op te voeden en als jong volwassene te zien dat het toch niet is uitgegroeid tot een geschikte kat om in het ras te worden gemengd. Op andere momenten kunnen we een kitten opvoeden die we een mooie F1-kat vinden (de eerste generatie staat bekend als F1), maar als de kaat eenmaal een nest heeft gekregen, wordt pas zichtbaar dat deze kat niet geschikt is om in een fokprogramma in te zetten. Misschien is de look helemaal verkeerd, misschien is de vacht verkeerd of is de vorm van het lichaam verkeerd. Misschien is gezondheid niet goed en misschien is er een genetisch probleem bij een kitten welke we niet moeten toelaten in het ras. (Waarom een nieuwe lijn binnenbrengen werlke meer problemen met zich meebrengt dan we nu hebben?) Het type is buitengewoon belangrijk, maar niet alles. We moeten serieus zijn en verantwoordelijkheid kunnen nemen voor wat we toevoegen aan de genenpool, inclusief gezondheid en "bouw". Een F1-kat heeft een grote verantwoordelijkheid en moet het ras waaraan hij is toegevoegd verbeteren, want waarom zou je anders een nieuwe kat toevoegen?

Vraag: Hoe voeg je een New Foundation toe aan een fokprogramma?

Bij het vinden van een kat met alle looks, vacht en die lijkt op een Maine Coon, moet deze eerst naar een dierenarts worden gebracht. Gezondheidstesten zijn de eerste stap. Een Felv / FIV negatieve test is stap één. Dan een CBC voordat je de kat naar je huis brengt. Als alles hier goed gaat, dan geef je de vaccinaties, ontworming, vlooienbehandeling en eventuele medicijnen die nodig zijn om de kat gezond te krijgen. Wanneer je de kat twee weken in quarantaine hebt gehouden, doen we uit voorzorg de Felv/FIV bloedtest nog een keer. Als deze opnieuw negatief is en de algehele gezondheid en karakter ziet er goed uit dan kunnen we de kat introduceren bij een kleine groep van je katten om te zien hoe dat gaat. Meestal geeft dat geen problemen, maar soms, zelfs de best getypeerde katten, passen niet in de groep. Je hebt geen onruststoker nodig. Maar het kan moeilijk zijn te weten in welke omstandigheden het kitten heeft geleefd. Milde temperament problemen kunnen worden toegestaan en eruit worden gefokt in de volgende generatie.
Wanner je een geschikt kitten hebt en je wilt het proberen, dat registreer je het bij de ACA in California. Dit is de enige organisatie die het toestaat dat er een nieuwe kat als Maine Coon kan worden geregistreerd. Het adres is:

American Cat Assoc,
Irene Gizzi, Registrar,
11482 Vanport Ave,
Lake View Terrace,
CA 91342
De registratiekosten zijn $12 in 2015.


Vraag: Wat doe je met een nieuwe F1 kat?

Je hebt twee opties. De eerste optie is om de F1 te verparen met een andere F1 and twee F2 kittens houden en de F1's daarmee vervangen zolang er geen problemen tevoorschijnkomen. Optie twee is om de F1 met een showlijn te verparen, en daarmee F2 katten te creeeren met een better type, omvang en kwaliteit maar waarmee je ook minder New foundation exemplaren hebt waar je mee kan werken.

 

Vraag: Bij welke problemen besluit je om de lijn te beindigen?

Als er iets kleins naar boven komt, dan kan dit eruit gefokt worden. Zoals een zwakke kin, kleine oren zonder pluimen, een verlegen of schichtig karakter, of kleinere omvang. Maar als je een probleem krijgt die de hele looks verpest, de vorm van het lichaam/staart of elke type fout, dan is het de eerste reden om de lijn te stoppen en er niet verder mee te fokken. Een andere reden om een lijn te stoppen is een zwakke gezondheid of een zieke kat. Heeft de kat een luchtweginfectie en is de kat in quarantaine? Probeer dan antibiotica en kijk of het probleem verdwijnt. Een van de redenen om een nieuwe lijn toe te voegen is om gezondheid en vitaliteit aan het ras to te voegen. Dus voeg dan geen exemplaar toe die onnodige gezondheidsproblemen geven.  

Mocht de kat ongewenst gedrag vertonen of zijn/haar kittens, beindig de lijn dan meteen. Wanneer er fokproblemen optreden zoals keizersnede, miskraam of onvruchtbaarheid, dan is het geen goede kat om aan het ras toe te voegen. Het is een mogelijkheid dat de kat een hoge inteelt kat is, zelfs als het een boerderijkat is geweest.

Wanneer je kittens krijgt en er geen genetische problemen optreden zoals flat-chest, kromme poten of knieen, een overbijt in de kaak, scheel kijken en diverse andere problemen, sluit deze kittens dan uit van de lijn. Wees selectief en voorzichtig! Voeg alleen de beste katten toe aan de genenpool!


Vraag: Waar kan ik naartoe gaan om een goede New Foundation kat te vinden om mee te fokken?

In Noord Amerika en Canada moet je je ogen goed open houden om ze te vinden. Het is moeilijker als je niks weet van het kitten en in dat geval neem je meer risico dat hun nageslacht op langharige huiskat lijken dan op een Maine Coon (een ervaren fokker weet het verschil). Wanneer je een beschikbaar kitten ziet, ga dan eerst op bezoek. Als je de ouders kan zien dan kan dat helpen. Stel zoveel mogelijk vragen. Als mensen vertellen dat ze (gratis) Maine Coon kittens beschikbaar hebben, stel dan nog meer vragen. Als iemand ze Maine Coon noemt, betekent niet automatisch dat het Maine Coons zijn. Ga naar een show an luister hoeveel bezoekers claimen dat ze een Maine Coon hebben. Vraag hun dan waarom ze dat denken en ze zullen vaak vertellen dat hun dierenarts hun heeft gezegd dat hun kat op een Maine Coon lijkt of dat ze een foto hebben gezien in een tijdschrift waardoor ze nu zeker weten dat zij ook zo'n kat hebben. Als er niemand is aan wie je de vragen kan stellen dan is het risico wat je neemt zelfs nog groter. Je moet dan nog voorzichtiger zijn om hun eigenschappen, gezondheid te volgen en goed in de gaten houden dat je geen onwenselijke dingen toevoegt aan het ras. De beste situatie is als je een familie treft die tenminste de moeder nog heeft en die met haar reizen en haar nog steeds hebben gehouden. Vaak wordt de poes buiten gelaten, waardoor ze zwanger raakt door een onbekende vader. Dan kun je haar kitten als F1 registeren en heel selectief te werk gaan in wat je daarvan houdt, rekening houdend met de gelijkenis met een Maine Coon qua type, gedrag en bouw. Vandaag de dag zal het moeilijk zijn om een kat te adopteren uit een asiel of soortgelijke plek, omdat ze de katten standaard kastreren voorafgaand aan de adoptie. Er zijn de afgelopen 20 jaar veel veranderingen geweest in dit gebied. Vroeger was het heel normaal dat  families hun kittens onderling ruilden. Je kon de naam en het adres van de familie achterhalen van iedereen die een kitten doneerde (wanneer je daar werkte of iemand kende die daar werkte). Je kon gewoon bij hun langsgaan of ze bellen om alle informatie te vragen over de achtergrond van het kitten. Deze dingen zijn nu zo veranderd, dat je geen open kat meer kan krijgen van een dierenstichting of zelfs een dierenwinkel. Zelfs als dit wel zou lukken, dan zou je nooit de informatie krijgen van de families waar ze zijn geboren vanwege de bescherming van privacygegevens.

Vraag: Waar kun je een New Foundation kat showen in Amerika?

CFF accepteert F3's en F3 is tevens de eerste generatie die niet perse meer bij de ACA hoeft te zitten (ACA heeft geen shows). Dan de volgende generatie, de F4, kan je registereren in een TICA of ACFA show. Heb je eenmaal een F5, dan kun je deze registreren bij de CFA, maar je mag pas bij deze vereniging showen vanaf de F6 generatie. Vanaf F6 wordt de kat als een volwaardige showlijn Maine Coon beschouwd.

Vraag: Is het het waard om nieuwe exemplaren toe te voegen aan het Maine Coon ras?

Je zult er jarenlang geen geld aan verdienen en je zal misschien hele lijnen verliezen wanneer er slechts 1 probleem optreed. Je zult geen respect krijgen van andere fokkers totdat jouw lijnen beschouwd worden als outcross of tenminste F4. Sinds de katten kleiner zijn en jarenlang geen showkwaliteit hebben zul je ook geen show prijzen winnen. Maar als je de toekomst van het ras wilt helpen....en als je bereid bent dit te doen samen met een of twee andere fokkers, zodat je lijnen kunt mixen en problemen sneller te vinden zijn.....en als je bereid bent om heel weinig geld te verdienen voor vele jaren op je kittenverkoop, pas dan kan het een hele belonende, waardevolle ervaring zijn. Het is goed om te weten dat je de toekomst van het ras ermee helpt. Het is een hele tijdrovende hobby, het duurt jaren en jaren, het is een hele dure hobby met een uitgaven stroom die nooit lijkt op te houden (zo lijkt het althans) en het is veel stress en soms zorgen. Maar...het is geweldig om elke generatie te zien ontwikkelen met grotere omvang, beter in type, wildere vacht en extra franjes en te weten dat jij hebt geholpen om dit te creeeren....dan is het de moeite abusoluut waard geweest.

Conclusie:

Dit project is niet geschikt voor bange mensen. Het is niet makkelijk en niet goedkoop. Je MOET serieus zijn om alleen het beste te houden en niet te delen met anderen die een lijn kunnen verpesten door het verkeerd te verparen. Je moet serieus zijn in alle aspecten voordat je zels kan starten met fokken van New Foundation in de eerste generaties. Wanneer je bereid bent om minimaal de komende 5 jaar te werken aan een nieuwe lijn en deze ook bereid bent te sluiten wanneer dit nodig is, dan kan het zo'n waardevolle ervaring zijn. Je zult wellicht fouten maken en kittens selecteren die je leuk vindt maar die niet de juiste kwaliteit hebben voor de Foundation populatie. Je zult langer de tijd nodig hebben om deze lijn te corrigeren, of ze te sluiten en opnieuw te beginnen. Maar het kan heel leuk zijn als je de uitdaging aan wilt gaan. Is dit ras het waard om hier al die moeite, tijd en geld in te stoppen? Ik zeg JA!

 

Copyright: Kumskaka en Behold Maine Coon cattery.
Ik heb toestemming gekregen van Phyllis Stiebens om dit article te herpubliceren op deze site. Het is niet toegestaan deze verder te verspreiden zonder toestemming van Phyllis Stiebens.

 

Malin Sundqvist

Vertaald door: Debbie Sprenger